Dag 10

Bijbeltekst: Johannes 2: 13-25

Johannes 1:1-18

Het Woord van God

1In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. 2Het was in het begin bij God. 3Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat. 4In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen. 5Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen.

6Er kwam iemand die door God was gezonden; hij heette Johannes. 7Hij kwam als getuige, om van het licht te getuigen, opdat iedereen door hem zou geloven. 8Hij was niet zelf het licht, maar hij was er om te getuigen van het licht: 9het ware licht, dat ieder mens verlicht en naar de wereld kwam. 10Het Woord was in de wereld, de wereld is door hem ontstaan en toch kende de wereld hem niet. 11Hij kwam naar wat van hem was, maar wie van hem waren hebben hem niet ontvangen. 12Wie hem wel ontvingen en in zijn naam geloven, heeft hij het voorrecht gegeven om kinderen van God te worden. 13Zij zijn niet op natuurlijke wijze geboren, niet uit lichamelijk verlangen of uit de wil van een man, maar uit God.

14Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond, vol van goedheid en waarheid, en wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon van de Vader. 15Van hem getuigde Johannes toen hij uitriep: ‘Hij is het over wie ik zei: “Die na mij komt is meer dan ik, want hij was er vóór mij!”’ 16Uit zijn overvloed zijn wij allen met goedheid overstelpt. 17De wet is door Mozes gegeven, maar goedheid en waarheid zijn met Jezus Christus gekomen. 18Niemand heeft ooit God gezien, maar de enige Zoon, die zelf God is, die aan het hart van de Vader rust, heeft hem doen kennen.

“Hij maakte een zweep van touw en joeg ze allemaal de tempel uit, met hun schapen en runderen.” 

Jezus is boos als hij de tempel uitkomt: er wordt geld gewisseld, er worden allerlei dieren verkocht die als offer kunnen dienen. Hij maakt een zweep en slaat ze weg. Oef, dat is een andere Jezus, lijkt het. Wat zou hem zo raken: ‘Maak van het huis van mijn vader geen markthal’. Tegenwoordig worden er wel graag rommelmarkten in of rond een kerk gehouden, voor het goede doel. Zou het daarom gaan? Ik denk dat het gaat om misbruik maken van iets heiligs. Laat het heilige apart staan; wat het woord ‘heilig’ ook eigenlijk betekent. Je mag het heilige, het mooie, het goede, niet misbruiken.

Meau voelt dat iemand haar liefde heeft misbruikt, haar heeft ontheiligd: ‘Dat heb jij gedaan’.

Want de pijn die blijft het zit dieper dan dat
Ik zou een moord doen zodat ik je woorden vergat.
Want dat klote gevoel dat toen is ontstaan,
Dat gaat nooit meer weg en dat heb jij gedaan.’

Het komt binnen: als een zweep somt ze alles op en laat het knallen: ‘dat heb jíj gedaan’. Die zit. We mogen oprecht onze gekwetstheid uiten. Het gevoel komt over. Dan wordt het plein weer schoon en kunnen we van de heilige liefde genieten.