Dag 22

Bijbeltekst: Johannes 6: 25-35

Johannes 1:1-18

Het Woord van God

1In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. 2Het was in het begin bij God. 3Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat. 4In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen. 5Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen.

6Er kwam iemand die door God was gezonden; hij heette Johannes. 7Hij kwam als getuige, om van het licht te getuigen, opdat iedereen door hem zou geloven. 8Hij was niet zelf het licht, maar hij was er om te getuigen van het licht: 9het ware licht, dat ieder mens verlicht en naar de wereld kwam. 10Het Woord was in de wereld, de wereld is door hem ontstaan en toch kende de wereld hem niet. 11Hij kwam naar wat van hem was, maar wie van hem waren hebben hem niet ontvangen. 12Wie hem wel ontvingen en in zijn naam geloven, heeft hij het voorrecht gegeven om kinderen van God te worden. 13Zij zijn niet op natuurlijke wijze geboren, niet uit lichamelijk verlangen of uit de wil van een man, maar uit God.

14Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond, vol van goedheid en waarheid, en wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon van de Vader. 15Van hem getuigde Johannes toen hij uitriep: ‘Hij is het over wie ik zei: “Die na mij komt is meer dan ik, want hij was er vóór mij!”’ 16Uit zijn overvloed zijn wij allen met goedheid overstelpt. 17De wet is door Mozes gegeven, maar goedheid en waarheid zijn met Jezus Christus gekomen. 18Niemand heeft ooit God gezien, maar de enige Zoon, die zelf God is, die aan het hart van de Vader rust, heeft hem doen kennen.

” u zoekt me niet omdat u tekenen hebt gezien, maar omdat u brood gegeten hebt en verzadigd bent.” 

Brood wordt in de rabbijnse traditie als het vaste symbool voor de Joodse wet (Thora) gezien. Eten en drinken worden daarom als beeld ook vaak gebruikt om de studie van de wet en het doen van goede werken mee aan te duiden. Als je dat brood niet dagelijks tot je neemt en op de sabbat dubbelop, dan blijf je een leven houden in de woestijn, steeds op zoek naar eten en drinken. Dan leef je brodeloos en zonder zin.

Aan het thema “wat zullen we eten, wat zullen we drinken” (wat eten wij vandaag?) voegt in de jaren zeventig de band Bots een sociale dimensie toe. Eten en drinken is van iedereen een eerste levensbehoefte, maar met elkaar samenleven is dat ook. Dat betekent ook dat je ervoor elkaar moet zijn, voor elkaar moet willen werken en voor elkaar door het vuur moet willen gaan. De vraag naar eten en drinken is niet enkel voor jouzelf bestemd, maar ook voor de ander. Juist omdat in de Thora de wetten nooit alleen voor jou bestemd zijn. 

Het lied ‘zeven dagen lang’ is een bewerking van een vrolijk Bretons 20ste eeuws oogstlied (Son ar chistr) maar zoals gezegd met een toevoeging dat het leven meer waard wordt, als we niet enkel voor ons eigen brood en wijn leven. De versie is afkomstig van een vrolijke big band versie vertolkt door zanger Guus Meeuwis.

Voor wiens brood en wijn wil jij door het vuur gaan?

Voor het geluk van iedereen
Dus vechten we samen
Samen staan we sterk
Ja vechten we samen
Niet alleen