Dag 32

Bijbeltekst: Ezechiël 37: 1-14

Johannes 1:1-18

Het Woord van God

1In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. 2Het was in het begin bij God. 3Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat. 4In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen. 5Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen.

6Er kwam iemand die door God was gezonden; hij heette Johannes. 7Hij kwam als getuige, om van het licht te getuigen, opdat iedereen door hem zou geloven. 8Hij was niet zelf het licht, maar hij was er om te getuigen van het licht: 9het ware licht, dat ieder mens verlicht en naar de wereld kwam. 10Het Woord was in de wereld, de wereld is door hem ontstaan en toch kende de wereld hem niet. 11Hij kwam naar wat van hem was, maar wie van hem waren hebben hem niet ontvangen. 12Wie hem wel ontvingen en in zijn naam geloven, heeft hij het voorrecht gegeven om kinderen van God te worden. 13Zij zijn niet op natuurlijke wijze geboren, niet uit lichamelijk verlangen of uit de wil van een man, maar uit God.

14Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond, vol van goedheid en waarheid, en wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon van de Vader. 15Van hem getuigde Johannes toen hij uitriep: ‘Hij is het over wie ik zei: “Die na mij komt is meer dan ik, want hij was er vóór mij!”’ 16Uit zijn overvloed zijn wij allen met goedheid overstelpt. 17De wet is door Mozes gegeven, maar goedheid en waarheid zijn met Jezus Christus gekomen. 18Niemand heeft ooit God gezien, maar de enige Zoon, die zelf God is, die aan het hart van de Vader rust, heeft hem doen kennen.

9Toen zei hij tegen mij: ‘Profeteer tegen de wind, profeteer, mensenkind, en zeg tegen de wind: “Dit zegt God, de HEER: Kom uit de vier windstreken, wind, en blaas in deze doden, zodat ze weer gaan leven.”’ 10Ik profeteerde zoals hij mij gezegd had, en de lichamen werden met adem gevuld. Ze kwamen tot leven en gingen op hun voeten staan: een onafzienbare menigte.” 

You stumble through your days
Got your head hung low
Your skies’ a shade of grey
Like a zombie in a maze
You’re asleep inside
But you can shake away
‘Cause you’re just a dead man walking
Thinking that’s your only option
But you can flip the switch and brighten up your darkest day
Sun is up and the color’s blinding
Take the world and redefine it
Leave behind your narrow mind
You’ll never be the same
Come alive, come alive

De profeet Ezechiël krijgt een visioen, een droombeeld van God: Hij staat in een dal vol beenderen. Nergens meer leven te bekennen. De beenderen staan voor het volk Israël: weggevoerd naar Babel, alle hoop verloren. Maar niet alle hoop is verloren, want God zal de beenderen weer tot leven wekken: mensen van vlees en bloed zullen het zijn, en God zal hen nieuwe adem geven en hen terugbrengen naar hun land. Ezechiël ziet het voor zijn ogen gebeuren: de doden staan op en leven weer.

De song ‘come alive’ uit de film ‘The Greatest Showman’ gaat over buitenbeentjes: mensen die in de maatschappij niet worden geaccepteerd omdat ze anders zijn. Ze verbergen zich uit schaamte. Maar de hoofdpersoon in de film, P.T. Barnum, geeft hen een hoofdrol in zijn show, zijn circus. Zo durven ze steeds meer van zichzelf te laten zien.

De vraag om vandaag mee te nemen : Wie heeft jou geleerd op eigen benen te gaan staan?