dag 7

Bijbeltekst: Johannes 1: 22

Johannes 1:1-18

Het Woord van God

1In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. 2Het was in het begin bij God. 3Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat. 4In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen. 5Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen.

6Er kwam iemand die door God was gezonden; hij heette Johannes. 7Hij kwam als getuige, om van het licht te getuigen, opdat iedereen door hem zou geloven. 8Hij was niet zelf het licht, maar hij was er om te getuigen van het licht: 9het ware licht, dat ieder mens verlicht en naar de wereld kwam. 10Het Woord was in de wereld, de wereld is door hem ontstaan en toch kende de wereld hem niet. 11Hij kwam naar wat van hem was, maar wie van hem waren hebben hem niet ontvangen. 12Wie hem wel ontvingen en in zijn naam geloven, heeft hij het voorrecht gegeven om kinderen van God te worden. 13Zij zijn niet op natuurlijke wijze geboren, niet uit lichamelijk verlangen of uit de wil van een man, maar uit God.

14Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond, vol van goedheid en waarheid, en wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon van de Vader. 15Van hem getuigde Johannes toen hij uitriep: ‘Hij is het over wie ik zei: “Die na mij komt is meer dan ik, want hij was er vóór mij!”’ 16Uit zijn overvloed zijn wij allen met goedheid overstelpt. 17De wet is door Mozes gegeven, maar goedheid en waarheid zijn met Jezus Christus gekomen. 18Niemand heeft ooit God gezien, maar de enige Zoon, die zelf God is, die aan het hart van de Vader rust, heeft hem doen kennen.

“‘Maar wie bent U dan?’ vragen de discipelen van Jezus.” 

Het blijft één van de meest intrigerende vragen rond Jezus, en een van Jezus zelf. Het blijft een leven lang een vraag: ‘Wie is Jezus volgens jou?’ en: ‘Wie ben jij zelf?’. Allebei vragen waarop geen foute antwoorden te geven zijn. De kunst is om een eerlijk en kwetsbaar eigen antwoord te vinden op die vragen.  Het idool Elvis Presley werd vaak The King genoemd. Hij wilde zo niet genoemd worden. Als hij dat hoorde kon hij een concert stilleggen en zeggen: ‘Ik ben niet De Koning, dat is Jezus Christus. Ik ben slechts een zanger’. 

Hij zong vele gospels en in deze gospel uit 1970, Who Am I, zingt hij:

‘Who am I that the King would bleed and die for?
Who am I that He would pray not my will,
Thy Lord.
The answer I may never know why He ever loved me so,
that to an old rugged cross He’d go for who am I?’

Wie ben ik dat de Koning voor mij zou bloeden en sterven.
Wie ben ik dat hij bad:
‘niet mijn wil geschiedde, maar Uw wil,
Heer.
Het antwoord zal ik wel nooit weten waarom Hij zo van mij hield
dat Hij naar een ruwhouten kruis ging, voor wie ben ik…

Voor mij is het een vraag om dankbaar zoekend een antwoord op te vinden, een leven lang.